Is jouw pensioenplanning klaar voor de nieuwe spelregels?
1. Je loopbaan telt zwaarder door
Wie vervroegd met pensioen wil gaan, moet voortaan aan strengere loopbaanvoorwaarden voldoen.
Vroeger volstond een loopbaanjaar met minstens 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen. Vandaag moeten dat 156 dagen zijn. Voor werknemers wordt gekeken naar de arbeidsduur vermeld op hun loonfiches. Voor zelfstandigen telt elk kwartaal waarin je sociale bijdragen betaalt als zelfstandige in hoofdberoep mee: één kwartaal staat gelijk aan 78 dagen, twee kwartalen aan 156 dagen en een volledig jaar aan 312 dagen.
Voor veel zorgverleners lijkt dat een technisch detail, maar dat is het niet. Misschien bouwde je je praktijk geleidelijk op, werkte je een periode in bijberoep of combineerde je verschillende statuten. Dan kan het zijn dat bepaalde jaren niet langer volledig meetellen voor een vervroegd pensioen.
2. Je vroegste pensioendatum kan opschuiven
De wettelijke pensioenleeftijd verandert niet. De leeftijd waarop je vervroegd met pensioen kunt gaan, kan dat wél doen. Om vervroegd met pensioen te gaan, moet je een loopbaan van minstens 42 jaar hebben, waarbij elk loopbaanjaar uit minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen bestaat.
Een voorbeeld: stel dat je volgens de oude regels op 1 mei met vervroegd pensioen kon. Omdat je in dat laatste loopbaanjaar nu eerst 156 dagen moet bewijzen in plaats van 104, kan die datum bijvoorbeeld verschuiven naar 1 juli. Heb je daarnaast nog andere loopbaanjaren waarin je minder dan 156 dagen werkte, dan kan je vroegste pensioendatum nog verder opschuiven.
Denk je eraan om je praktijk binnen enkele jaren af te bouwen of vroeger te stoppen met werken? Dan is het verstandig om vandaag al te bekijken of je planning nog overeenstemt met de nieuwe regels.
3. Je wettelijk pensioen alleen zal steeds minder volstaan
De hervorming maakt één zaak duidelijk: je wettelijk pensioen verdient meer aandacht dan ooit, maar alleen daarop rekenen volstaat voor veel zorgverleners niet.
Bovendien werd ook een pensioenmalus ingevoerd. Wie vervroegd met pensioen gaat zonder aan de nieuwe loopbaanvoorwaarden te voldoen, kan een blijvende vermindering (tot maximaal 5% per jaar dat je vroeger met pensioen gaat) van het wettelijk pensioen krijgen.
Vanaf 2026 stijgen bovendien de maximale stortingsbedragen. Je kan dan tot € 4.251,39 sparen via een klassiek VAPZ en tot € 4.890,60 via een SocVAP. Zo krijg je meer ruimte om fiscaal voordelig een aanvullend pensioen op te bouwen.
De vraag is dus niet alleen hoeveel wettelijk pensioen je later krijgt, maar ook of je totale pensioenopbouw nog aansluit bij je plannen. Wil je vroeger stoppen? Je levensstandaard behouden? Je carrière op termijn rustig afbouwen? Dan is het belangrijk dat alle puzzelstukken op elkaar afgestemd zijn.
Breng je pensioenplanning in kaart
De persoonlijke pensioenberekeningen op mypension.be worden pas geleidelijk aangepast. Toch hoef je niet te wachten om inzicht te krijgen in jouw situatie.
Bij Curalia bekijken we hoe je aanvullend pensioen optimaal kan worden opgebouwd via oplossingen zoals een VAPZ, IPT, POZ of groepsverzekering. Zo krijg je een duidelijk beeld van waar je vandaag staat én welke keuzes je nog kan maken om later financieel zorgeloos met pensioen te gaan.
Benieuwd hoe de pensioenhervorming jouw pensioenplanning beïnvloedt?
Maak een afspraak met een Curalia-adviseur voor een persoonlijke pensioenanalyse.