3 populaire misvattingen rond uw wettelijk pensioen ontkracht

Koppel pensioen
Door recente wetsveranderingen of verkeerde informatie circuleren er steeds misvattingen rond het wettelijk pensioen

In dit artikel ontkrachten we 3 populaire stellingen die vaak terugkomen.

1. “Ik moet met pensioen zodra ik de wettelijke pensioenleeftijd bereik
Deze bewering is onjuist. Zowel ambtenaren, werknemers als zelfstandigen kunnen na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) aan de slag blijven, indien ze dit wensen. Bij ambtenaren en werknemers moet er wel een akkoord van de werkgever gegeven worden.
Indien u na het bereiken van de pensioenleeftijd beslist om uw wettelijk pensioen nog niet op te nemen, heeft u nog de mogelijkheid om uw aanvullend pensioen op te bouwen door het verrichten van aftrekbare stortingen op uw aanvullend pensioencontract. Vanaf uw wettelijke pensioenleeftijd, kunt u het kapitaal van uw aanvullend pensioen ook laten uitbetalen.
Indien u uw wettelijk pensioen opneemt, wordt uw aanvullend pensioen automatisch uitbetaald. Omgekeerd is dit dus niet het geval.

2. “Januari is de beste maand om met pensioen te gaan
Tot 2015 was dit inderdaad het geval, aangezien het pensioensysteem toen oordeelde dat de loopbaan waarop het pensioen werd berekend, ten einde liep op 31 december van het jaar dat voorafging aan het jaar waarin het pensioen inging. Als iemand bijvoorbeeld op 1 mei met pensioen ging, werden de laatste 5 maanden van zijn/haar loopbaan niet meer meegeteld voor de berekening van het pensioen.
In 2015 veranderde dit. Tegenwoordig tellen de laatste maanden dus ook mee voor de berekening van het pensioen. Bovenstaande stelling is bijgevolg onjuist.

3. “Blijven werken na een volledige loopbaan van 45 jaar (14.040 dagen) zorgt niet voor een hoger pensioen
Voor de pensioenen die zijn ingegaan vanaf 1 januari 2019 is deze bewering onjuist. Immers, dan werd het principe van ‘eenheid van loopbaan’ afgeschaft. Dit stelt dat het aantal loopbaanjaren waarmee men een pensioen opbouwt, beperkt is tot 45 jaar, het equivalent van 14.040 dagen. Extra dagen na de 14.040 werden niet meer meegeteld. Enkel de meest ‘voordelige’ 14.040 dagen telden mee.
Voor de berekening van de pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2019 worden ook extra dagen bovenop de 14.040 loopbaandagen meegeteld bij de berekening van het pensioen. Iemand die ervoor kiest om langer aan de slag te blijven, wordt daar dus voor beloond.

Vraag een virtueel bezoek aan van de raadgever uit uw regio, deze bekijkt samen met u uw pensioendossier!